« Home | Das Liebfraumilch Drama ft. Famm. Asch. Beaudrilla... » | Megapinot? - Megavino 2007 - I » | How else can two become one, more than in one chil... » | Waardig 30 worden? » | Why is this thus? What is the reason for this thus... » | Lesviaci ofte wijn- en andere avonturen op Lesbos » | 4 No 1 Post U Di » | Washington - The Cold and Far Far West: OFO9 - Par... » | Washington - The Cold and Far Far West: OFO9 » | Le sulphite, poison aimé? » 

dinsdag, november 13, 2007 

Van VdP tot Funwijn - Eten en wijn: Mariage II - Deel 1

Mariage ... een woord met vele betekenissen, zeker voor een wijnliefhebber. Normaal gezien verstaan we er het samengaan van spijs en drank onder en meer specifiek het combineren van een fijne wijn met een gastronomisch gerecht. Dat lijkt eenvoudig, ware het niet dat zo een simpele definitie op vele manieren kan bekeken worden. Je kan je bijvoorbeeld afvragen waarom plots haast iedereen over mariages en uitgelezen wijn- en spijscombinaties begint te spreken. In een restaurant rammen ze de aangepaste wijnen haast door je strot. Zelfs in het o zo lofty wijndiscours hoor je er wat over ten berde te brengen. En welke trouwe Knack-lezer is het bijvoorbeeld nog niet opgevallen dat onze eerbiedwaardige Herwig Van Hove aan termen als ‘biergrens’, ‘bbq-wijn’ en ‘gastronomische wijn’ bijzonder veel belang hecht?


Diene goeien ouwen tijd.
Er is de laatste tien jaar wel het één en ander veranderd in de consumptie van wijn. Vandaag de dag zijn er zeker heel wat meer consumenten die al eens graag – zonder al teveel nadenken en humdrum – een flesje ophalen bij gelijk wat vrouwlief op tafel tovert. Dat was vroeger heel anders. Een fles wijn werd enkel op tafel gezet voor een niet doordeweekse ‘gele- genheid’. Dat ging met de nodige plechtigheid en de juiste égards. Wijn op tafel was zo bijna het teken van ‘er moet hier wel iets gevierd worden’. Ging het op zondag hoogdag over een Bordeaux of een Chablis bij het vispannetje, het gebraad of de kip met citroen, dan werd Champagne pas echt een speciale gelegenheid gereserveerd: doop, huwelijk, diploma, ... noem maar op. Er werd ook redelijk eenvoudige termen gedacht over het samengaan van eten en wijn – een mariage samenstellen was eerder iets voor een expert, een echte wijnkenner, een klasserestaurant. Witte wijn ging bij vis, rode bij vlees, champagne als aperitief. Enkel een zoete wijn mocht zich waardig achten naast een koude schotel, een aperitiefhapje, een dessert of gewoon een stuk gebak. Wat was het ooit eenvoudig!
Ik herinner me nog goed hoe ik als kind mij levendig de Franse werkman met zijn stokbrood en zijn kruik wijn ’s middags op de chantier gezeten kon voorstellen. Dat was zo één van de stokpaardjes van m’n grootvader: "In Frankrijk dronk men elke dag wijn, zelfs tijdens het schaften op ’t werk." En dan keek ie even met dromerige blik voor zich uit. Veraf was die realiteit zelfs niet, want in de mijnstreek brachten de Italianen hun kruik of fiasco ook gewoon mee en in de Italiaanse supermarktjes kon je dus voor haast geen geld enkele liters wijn kopen. Bompa was daar niet vies van, en eh … het moet gezegd: super was die wijn niet, maar ’t was drinkbaar en dorstlessend vocht zonder enige pretentie. Het equivalent van een pint of een glas water, gewoon met een ander smaakje, zo dacht hij erover (en ja, de dokter had dan ook nog gezegd dat twee glazen wijn per dag gezond waren, so …). Hier en daar vind je in Italië nog steeds van die flesjes. € 2 à 3 zonder meer, democratisch, maar ja, in de huidige marketingcontext hopeloos achterhaald.


The French paradox???
Zulke tafelwijn is natuurlijk gemaakt om zowat elke dag te drinken. Je stelt je geen vragen over het juiste gerecht bij zo een flesje. Meestal weet je zelfs niet eens van welke druiven ze gemaakt is. Complexiteit moet je niet verwachten en finesse hoort er al helemaal niet bij. Geen wonder dat dit soort wijn compleet verdwenen is. Geen wonder dat de Franse VdT-appellation lijkt op een uitgemergelde André Flahaut. Een tragisch en tegelijkertijd lachwekkend zicht.
En toch … . Is dit soort wijn wel verdwenen? Misschien niet. Ga de rayons in de supermarkten eens na, schuim het basisassortiment van een willekeurige groep wijnhandelaars af en je staat versteld van wat je vindt: vermomde VdT's opgevist in een basisappellatie. Overal vind je massa’s flessen met een rugetiket waarop in beeldende taal verteld wordt bij welk gerecht de wijn in je hand dan wel moet passen. Meestal gaat dat weliswaar niet veel verder als: vis in saus, wild, patés of harde kazen. Nogal breed dus en weinig suggestief. Stel je je die vraag niet en ga je enkel af op het etiket – dat kan je verwachten van de doorsnee consument die graag een glas wijn bij het eten heeft –, dan zou je echter verwachten dat het hier evenwel gaat om een wijn die iets ‘aan de tafel te brengen heeft’. Jammer genoeg blijkt dat in 90% van de gevallen niet zo. Eens geproefd blijkt dat het doorgans helemaal niet gaat om een wijn met ‘gastronomische kwaliteiten’, wel, in het beste geval, om een banale non-wijn die niets te vertellen heeft, laat staan dat hij bij het één of andere gerecht past.
Zulke wijnen varen dikwijls onder de vlag ‘drinkwijn’ of ‘pastawijn’ en daar zit hem net de paradox. Het gros van zulke wijnen is even indifferent als de vroegere VdT. Het enige verschil zit hem dan in de appellatienaam die op het etiket prijkt én – erg belangrijk voor de consument – in het ‘informatieve’ rugetiket. Het is dus vast helemaal niet uit de lucht gegrepen wanneer je zou veronderstellen dat dat rugetiket een clevere marketingtrick is waarmee heel wat VdT’s opgevist worden uit de grijze wijnoverschotpoel die al heel wat Europese commissarissen ettelijke grijze haren gekost heeft. De werking van het rugetiket is heel simpel: een doorsnee consument gelooft spijtig genoeg niet meer in de eenvoudig vis/wit- of vlees/rood-regeltjes. De relatieve verrijking en de openheid van de Europese markt hebben er immers voor gezorgd dat niet alleen het aanbod toenam, maar ook de kieskeurigheid van de consument en de nood aan kennis van selectiecriteria. Als consument wil je immers het beste voor je geld. Indirect is deze evolutie zeker één van de factoren die meespeelde in de teloorgang van de VdT.


Rode vlaggen en simpele châteaux.
Het probleem met deze evolutie was echter dat een heel groot aantal alledaagse wijndrinkers van vandaag op morgen afhaakte. VdT’s werden niet meer gesmaakt, de betere wijnen werden snel als te duur ervaren en er waren frisdrankalternatieven genoeg. Wijn werd in de ogen van heel wat mensen een insiders-bedoening, zoniet een bourgeois-drank. Je kocht namen of je kocht niets. Mijn eigenste ouders stammen uit deze generatie. Zeker als studenten was wijn voor hen een ongehoorde toegeving aan een verderfelijke, kapitalistische spilzucht (de invloed van ideologieën van die tijd mag je echt niet buiten beschouwing laten in marktevoluties). Gelukkig veranderde dat op het moment dat ze zelf hun steentje bijdroegen aan onze zo alom geprezen welvaartmaatschappij. Wijn kon af en toe. Maar een dure fles met een naam op was om cadeau te geven of te krijgen. Wat je zelf kocht, mocht de 200 BEF niet overstijgen. Een wijnhandel werd gemeden, want daar moest je al een etalage zonder prijzen voorbij. En naast de self-supply van een vriend van een vriend die een wijnmaker goed kende en daar zelf wijn ging halen, was de supermarkt de aangewezen plaats.
Supermarkten gingen natuurlijk niet ongaarne mee in die evolutie. Gaandeweg werd de wijnselectie uitgebreid. Wijn kreeg een apart rayon met aangepaste rekken en de nodige ambient imagery. En anders dan bij gelijk welke andere afdeling van de dichtstbijzijnde GB of Delhaize werd er hier gezorgd voor uitleg bij het te verkopen product, deels om de ‘drempel’ tot wijn kopen te overstijgen, deels om tegelijkertijd informatie en adformatie aan de man te brengen. Delhaize ging zelfs zo ver ‘sommeliers’ aan te stellen als verantwoordelijken voor de wijnafdeling. Een slimme zet die hen in een mum van tijd tot de supermarkt waar je goede wijnen kon kopen tegen een scherpe prijs. Iemand die bewust vergeleek moest toen al zeker tot de vaststelling komen dat het alleszins ging om een marketingimago en niet om een waarheidsgetrouw beeld (waarmee ik niet wil zeggen dat Delhaize geen goede wijnen verkoopt, natuurlijk). Meer nog, met diversiteit en alomvattendheid als basisconcepten van de idee ‘supermarkt’ in het achterhoofd werd er wijn uit zowat elke wijnstreek in Frankrijk aangeboden, vanzelfsprekend niet zonder rekening te houden met de heersende namencarrousel. Bordeaux, Bourgogne en Champagne gingen dus al gauw voorop. Maar duur mocht die liefst niet zijn. Een fles waar een prijskaartje aan hing van boven de 500 BEF had nog altijd een stevige drempelwaarde.
Ik herinner me nog goed hoe ik apetrots mijn vader voor z’n verjaardag een fles Mercurey had gekocht van mijn spaarcenten. Een fles van 525 BEF, ik zal het nooit vergeten (het was zelfs een Tastevinage geloof ik, …). Dat was nog eens een fles! Als 12-jarige wist ik natuurlijk niet beter dan naar het prijskaartje te kijken (de prijs van een auto was immers zo één van die items waarmee je je medespeler in een kwartetspel kon aftroeven). Pa kende die prijzen natuurlijk ook en liep na zijn verjaardag nog een paar dagen met een steen in z’n maag rond: “zo’n dure fles ... en dan nog van z’n spaarcentjes.” Ik begreep er natuurlijk niks van. Waarom kon ie nu gewoon niet blij zijn? Nu kunnen we er nog om lachen, maar toen ... . Nee, dat gaf je niet uit aan een fles wijn.
Al waren er natuurlijk de ‘kenners’ met kelders vol cru classés, mijn ouders waren misschien wel ergens representatief voor een heel grote groep mensen. Wijn werd gekocht voor een gelegenheid, flessen bleven niet liggen, gingen er de week zelf meestal nog aan en dat was dat. Zelfs over Vanhove’s knappe en perfect getimede initiatief Château Simple kon mijn vader toen niet veel goeds kwijt: “jaja, omgekocht door de Delhaize met een paar dikke flessen en dan maar te dure brol aanprijzen.” Nu denkt ie er natuurlijk heel anders over, want als er iets is dat je hem niet kan aanwrijven dan is het wel dat ie z’n ideeën niet wil herzien (plus: dat ie geen bal van wijn kent is een zeer scheef understatement, want proeven doet ie verdomd goed). Maar zijn ideeën toen waren ideeën die zeker wijdverbreid waren en die nu nog steeds van tel zijn onder een heel grote groep wijndrinkers.


Wordt vervolgd ... .

Links to this post

Een link maken

Add to Technorati Favorites

Photobucket - Video and Image Hosting

Info

  • Officiële site van de Fratres Organoleptici
  • Volgende bijeenkomst: 04 januari 2008, Auprès de la manège à St.-Trond
  • Gezagvoerend chevalier: Amaronese
Info

Belgian wineblogging fellas:

E-mail


Heb je vragen of wil je ons iets laten weten? Aarzel dan niet om contact met ons op te nemen!



Foodrank.eu

Powered by Blogger